Home > Contact > Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Print

1. Wat is mensenhandel?

Mensenhandel is de handel in mensen welke, met het oog op moderne slavernij, ingezet worden als goedkope arbeidskracht of voor seksuele exploitatie worden gebruikt. Mensenhandel komt voor in bijvoorbeeld de horeca, de tuinbouw, de haven en de prostitutie. Bij mensenhandel gaat het om de uitbuiting van personen die zich daartegen niet kunnen verzetten. De meeste slachtoffers worden (onder valse voorwendselen) naar Nederland gehaald en zijn goedkope arbeidsmigranten. Toch kan de persoon die wordt uitgebuit ook een Nederlander zijn.

 

Slachtoffers van mensenhandel worden ook wel moderne slaven genoemd. Ze zijn niet in staat te ontsnappen omdat ze compleet afhankelijk zijn van hun werkgever en soms gevangen worden gehouden. Zo krijgen deze mensen niet alleen veel te weinig betaald, maar worden ze ook vaak mishandeld en bedreigd. Arbeidsmigranten krijgen vaak hun paspoort niet terug als ze daar om vragen. De slachtoffers zijn bovendien vaak niet op de hoogte van hun rechten.

2. Wat is het verschil tussen mensenhandel en mensensmokkel?

Mensensmokkel is het illegale en grensoverschrijdende transport van mensen. Mensenhandel is de uitbuiting van personen die zich daartegen niet of nauwelijks kunnen verzetten. Mensensmokkel is altijd grensoverschrijdend, terwijl dit bij mensenhandel niet vereist is. Bij mensensmokkel is in beginsel sprake van een vrijwillige relatie, oftewel een overeenkomst, tussen de smokkelaar en de persoon die het land wil verlaten. Dit neemt niet weg dat zich ook hier ernstige mensenrechtenschendingen kunnen voordoen.

 

Bij mensensmokkel kan het ontvangende land bovendien als slachtoffer worden gezien. De gesmokkelde weet zich immers niet altijd staande te houden in zijn nieuwe omgeving en dat leidt vaak tot overlast en problemen of soms zelfs crimineel gedrag. Bij mensenhandel is het slachtoffer de verhandelde persoon wiens rechten worden geschonden. Mensensmokkel eindigt als de gesmokkelde persoon is aangekomen in het land van bestemming. Mensenhandel daarentegen duurt voort zolang de verhandelde persoon wordt uitgebuit. Het is daarom moeilijk vast te stellen wanneer mensenhandel eindigt.

 

Bij het strafbaar stellen van mensensmokkel staat dus het belang van de staat voorop, terwijl bij het strafbaar stellen van mensenhandel het belang van het individu voorop staat. Het kan echter zijn dat er samenhang bestaat tussen mensensmokkel en mensenhandel als de gesmokkelde persoon in een situatie van uitbuiting raakt om de schuld aan de smokkelaar terug te betalen.

3. Wat is uitbuiting?

Uitbuiting is iemand aan het werk zetten onder dwang of misbruik maken van de afhankelijke positie van een persoon die niet in staat is om uit deze positie te ontsnappen. Een voorbeeld van uitbuiting is een extreem lange werkweek tegen onevenredig lage betaling onder slechte werkomstandigheden. Het gaat hierbij om situaties waarbij sprake is van mensonterende omstandigheden en schending van de fundamentele rechten van de mens.

4. Waarom accepteren arbeidsmigranten werk in een ander land als er zo veel risico’s aan vast zitten en ze er ook nog eens weinig tot niets voor betaald krijgen?

Arbeidsmigranten kunnen in eigen land vaak niet in hun levensonderhoud voorzien met het werk dat ze van oudsher doen. Of ze denken meer te kunnen verdienen in een ander land. Voor vrouwen geldt vaak dat er minder mogelijkheden zijn in hun eigen land, zeker als ze al wat ouder zijn. Daarnaast hebben velen familie die economisch van hen afhankelijk is. Een aanbod om in het buitenland te gaan werken, lijkt dan erg aantrekkelijk.

 

Sommige arbeidsmigranten hebben een werkvergunning, anderen niet. De meesten weten niet welke rechten ze hebben in Nederland. Ze denken dat ze weinig te kiezen hebben. Velen accepteren daarom loon en werkomstandigheden die onder de wettelijke normen zijn. Anderen hebben niet eens een keuze: ze worden gedwongen door mensenhandelaren die hen schulden opleggen en geen geweld schuwen om hen te dwingen deze schulden met werk af te betalen. Eén ding hebben ze allemaal gemeen: geen van hen heeft ervoor gekozen om uitgebuit te worden.

5. In welke sectoren lopen arbeidsmigranten het risico uitgebuit te worden?

Arbeidskosten zijn voor veel bedrijven een belangrijk onderdeel van de totale kosten. Niet voor niets is het verlagen van de loonkosten voor veel ondernemingen aanleiding om naar het buitenland te vertrekken. Als de consument besluit een product aan te schaffen, let hij vooral op de prijs. Het bedrijfsleven is daarom altijd op zoek naar manieren om de arbeidskosten terug te brengen om zo hun diensten en producten tegen een concurrerende prijs in de markt te zetten. Sommige ondernemers gaan daarin zo ver dat ze de wet overtreden en hun werknemers zo lang mogelijk en voor ze weinig mogelijk laten werken.

 

Arbeidsmigranten zijn vaak niet op de hoogte van hun rechten en hebben veelal last van een taalbarrière. Ze hebben hierdoor een zwakke positie op de arbeidsmarkt en zijn bijzonder kwetsbaar voor uitbuiting. Werk via uitzendbureaus levert bovendien een extra risico op, omdat daar nog weinig controle is. Het risico te worden uitgebuit bestaat in alle sectoren. In Nederland zijn gevallen van uitbuiting bekend in onder meer de land- en tuinbouw, horeca, schoonmaak, bouw, huishoudelijk werk en productiewerk.

6. Waarom blijft een slachtoffer soms lang bij zijn/haar handelaar?

Slachtoffers kunnen vaak moeilijk ontsnappen. Ze worden op verschillende manieren gebonden aan de handelaren. Denk aan opgelegde schulden waardoor de slachtoffers geen geld verdienen totdat deze zijn afbetaald. Daarnaast is er vaak sprake van mishandeling, bedreiging van familie in het land van herkomst of (dreiging met) voodoo.

 

Bovendien worden slachtoffers vaak opgesloten of voortdurend in de gaten gehouden. Ook wordt hen regelmatig verteld dat zij of hun familie gedood zullen worden wanneer ze proberen te ontsnappen. Het feit dat slachtoffers in een vreemde omgeving zijn waar ze de taal niet spreken en niemand kennen, maakt hen alleen maar afhankelijker. Wanneer mensen langdurig machteloos worden gehouden, bestaat bovendien de kans dat ze door stress en depressie hun eigen initiatief en controle verliezen.

7. Wat is B8/3?

De term B8/3 (voorheen B9) verwijst naar hoofdstuk B8/3 van de Vreemdelingencirculaire. In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel. Het doel ervan is buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in staat te stellen aangifte te doen door de dreiging van onmiddellijke uitzetting weg te nemen. De politie moet slachtoffers van mensenhandel daarom altijd op het recht van aangifte en B8/3 wijzen. Het slachtoffer heeft dan drie maanden bedenktijd om in alle rust te besluiten of hij aangifte wil doen.

 

Aan het recht op aangifte is het recht op een tijdelijke verblijfsstatus gekoppeld; tijdens en ten behoeve van de strafrechtelijke procedure. Hier valt ook het recht op opvang en (medische) zorg onder; voorzieningen die voortvloeien uit het recht op verblijf met als doel slachtoffers niet alleen juridisch, maar ook feitelijk in staat te stellen in Nederland te verblijven.

 

8. Hoe lang mogen mensen in Nederland blijven nadat zij aangifte van mensenhandel hebben gedaan?

Besluit het slachtoffer of de getuige-aangever aangifte te doen, dan wordt deze meteen beschouwd als een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de B8/3-regeling (voorheen B9). De verblijfsvergunning geldt voor de duur van het opsporingsonderzoek en de strafrechtelijke vervolging. De vergunning eindigt als het opsporingsonderzoek of de vervolging is afgerond of wordt geseponeerd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie beslist over verblijfsvergunningen.

 

Als een slachtoffer of de getuige-aangever aangifte doet en daarnaast aangeeft uit Nederland te willen vertrekken, meldt de politie dit aan de contactpersoon mensenhandel van de IND. Er worden dan afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie (OM) over de wijze waarop het slachtoffer beschikbaar blijft voor justitie. Als het slachtoffer of de getuige-aangever tijdens of na de bedenktijdfase besluit geen aangifte te doen, vervalt de tijdelijke verblijfsvergunning. Het slachtoffer dient Nederland in dat geval zelfstandig te verlaten.

 

Wanneer het OM besluit de verdachte(n) niet of niet verder te vervolgen, dan kunnen slachtoffers en getuige-aangevers schriftelijk beklag indienen bij het gerechtshof. De beslissing op het beklag mag in Nederland worden afgewacht. Als ook het gerechtshof besluit dat de verdachte niet of niet verder wordt vervolgd, vervalt de tijdelijke verblijfsvergunning en dient het slachtoffer of de getuige-aangever Nederland zelfstandig te verlaten. Slachtoffers of getuige-aangevers die in dit geval langer in Nederland willen wonen, kunnen een verzoek tot voortgezet verblijf indienen.

 

Als er een dader gearresteerd en veroordeeld wordt, kan het slachtoffer aanspraak maken op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (een vergunning 'voortgezet verblijf'). Ook indien het slachtoffer langer dan drie jaar een B8/3-vergunning heeft, kan hij aanspraak maken op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Slachtoffers bij wie het politieonderzoek niets heeft opgeleverd kunnen ook een aanvraag voor voortgezet verblijf indienen. Zij moeten dan aantonen dat zij gevaar lopen in het land van herkomst (risico op vergelding), dat er andere belemmeringen of gevaren zijn in het terugkeren naar hun land, of dat er juist klemmende redenen zijn waarom iemand in Nederland moet blijven (denk aan gezondheid, humanitaire redenen, volledige inburgering). Veel slachtoffers van mensenhandel moeten echter na het verlopen van hun verblijfsvergunning terug naar hun eigen land.

9. Welke strategieën gebruiken handelaren om slachtoffers aan zich te binden?

Handelaren gebruiken uiteenlopende strategieën om mensen langdurig te kunnen uitbuiten. Zo worden het aangeboden werk en de omstandigheden waarbinnen dit wordt uitgevoerd vooraf vaak mooier voorgesteld dan in werkelijkheid het geval is. Daarnaast krijgen werknemers vaak schulden opgelegd waardoor ze geen geld verdienen totdat deze zijn afbetaald. Andere strategieën zijn geweld, uitbuiting en bedreiging van de werknemer zelf of zijn familieleden in het thuisland. Om het effect van de verschillende dwangmiddelen te vergroten, worden deze door de handelaren vaak gecombineerd.

 

Handelaren komen bovendien vaak uit dezelfde streek als hun slachtoffer en zijn dus een bekende. Op die manier winnen ze het vertrouwen van het slachtoffer in diens directe omgeving. Bij vrouwen wordt in het thuisland vaak een emotionele binding opgebouwd. De handelaar doet dit door hen eerst echt te helpen met problemen binnen de familie of op het werk. Ook gaat de handelaar regelmatig een liefdesrelatie met de vrouwen aan, een tactiek die ook wel 'grooming-proces' of 'ronselen' wordt genoemd.


Het bieden van een uitweg en het vooruitzicht op een beter leven is dan de volgende stap om slachtoffers naar Nederland te halen. Voorbeelden van zo’n uitweg of vooruitzicht zijn een huwelijk, gezamenlijke vakantie of eigen huis. De enorme schulden die de slachtoffers hiervoor maken, moeten later met werk worden afbetaald. De buitenlandse reis of het voorgestelde huwelijk zijn vaak een smoes om identiteitspapieren en reisdocumenten af te nemen. Op die manier worden slachtoffers stap voor stap afhankelijk gemaakt en weggehaald uit hun omgeving.

 

Uitbuiting in de prostitutie is een geval apart en de situatie voor de slachtoffers is zo mogelijk nog schrijnender. Zo worden met name vrouwen onder valse voorwendselen en dwang naar een ander land gehaald alwaar ze moeten werken of worden doorverkocht. Ook komt het voor dat deze vrouwen vooraf wel weten dat ze in de prostitutie gaan werken, maar worden voorgelogen over de verdiensten en werkomstandigheden.

 

Veel vrouwen worden daarnaast emotioneel gechanteerd, bedreigd of geïntimideerd om ze in de gedwongen prostitutie te houden. Wat de situatie voor deze vrouwen extra lastig maakt, is het taboe dat op prostitutie rust. Zo zijn ze vaak bang voor de reactie van familieleden als deze erachter komen dat ze in de prostitutie werken. Om te voorkomen dat vrouwen elkaar gaan helpen of hulp van de buitenwereld inroepen, worden ze door hun handelaren tegen elkaar uitgespeeld. De handelaren nemen daarbij wisselende rollen aan en treden op als beschermer of slechterik. Ook worden de vrouwen ingezet om elkaar te controleren. Op die manier wordt door handelaren een web van leugens, onduidelijkheid, angst en onduidelijkheid gesponnen.

 

Ontsnappen is vaak ontzettend moeilijk. Soms lukt het een prostituee met hulp van een klant of een maatschappelijk werker te vertrekken, maar vaker nog worden ze bij een controle door de politie meegenomen.

10. Waarom willen slachtoffers van mensenhandel geen aangifte doen?

Uit onderzoek van FairWork, het kenniscentrum voor emancipatie E-Quality en het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha) blijkt dat slachtoffers van mensenhandel slechts in de helft van de gevallen aangifte doen. Dit komt omdat veel slachtoffers hiervoor te bang zijn. Door eerdere negatieve ervaringen, in hun land van herkomst, hebben zij niet altijd voldoende vertrouwen in de Nederlandse politie. Ook zijn zij vaak niet in het bezit van een verblijfsvergunning, waardoor ze risico lopen te worden uitgezet. Daarnaast zijn angst voor wraak, gevoelens van schuld en schaamte een belangrijke redenen om geen aangifte te doen.

11. Wat is het verschil tussen FairWork en CoMensha?

FairWork heeft haar expertise opgebouwd in het directe contact met de doelgroep en de ontwikkeling van activiteiten op het gebied van signalering van en hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel. Vanuit deze praktijkervaring hebben wij onze landelijke rol vormgegeven.

CoMensha (Coördinatiecentrum Mensenhandel) heeft de wettelijke taak om het aantal slachtoffers van mensenhandel bij te houden. Daarnaast is de organisatie verantwoordelijk voor opvang en hulpverlening. CoMensha doet dit met een landelijke helpdesk en zet tevens regionale netwerken op.

 

Er zijn veel thema’s waar gezamenlijk aan wordt gewerkt. Zo is zowel FairWork als CoMensha actief om mensenhandel bij zowel de politiek als het Nederlandse publiek onder de aandacht te brengen.

 

12. Zijn er ook Nederlanders slachtoffer van mensenhandel?

Jazeker. Slachtoffers van mensenhandel worden gedwongen te werken onder zeer slechte omstandigheden. Ze ontvangen weinig tot geen loon en hebben geen ontsnappingsmogelijkheden. Dit kan zowel mensen uit Nederland als mensen uit andere landen (met of zonder verblijfsvergunning in Nederland) overkomen.

 

FairWork richt zich primair op internationale slachtoffers van mensenhandel. Informatie voor Nederlandse slachtoffers is te vinden via de website van CoMensha.

13. Zijn slachtoffers van mensenhandel altijd werkzaam in de prostitutie?

Nee. Ook in andere sectoren kan iemand het slachtoffer worden van mensenhandel. In sectoren als de tuinbouw, de horeca of in de havens krijgen mensen soms veel te weinig betaald en worden ze op diverse manieren afhankelijk gehouden. Zo worden er ook hier paspoorten afgenomen, worden werknemers mishandeld of op andere manieren uitgebuit. Ook dit is mensenhandel. In de prostitutie zijn mensen extra kwetsbaar voor uitbuiting. Volgens recente schattingen is tot 80 procent van de prostituees onvrijwillig aan het werk.

14. Wat zijn de rechten van (ongedocumenteerde) arbeiders en Europese werknemers in Nederland?

Sinds 1 mei 2007 is er sprake van vrij verkeer van werknemers tussen Nederland en de acht lidstaten uit Midden- en Oost Europa (MOE) die in 2004 zijn toegetreden tot de Europese Unie (EU). Het gaat om: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Slovenië. Voor de landen die in 2007 zijn toegetreden, Roemenië en Bulgarije, is vrij verkeer van personen sinds januari 2014 een feit.

 

Maar iedereen die in Nederland werkt heeft recht op een eerlijk loon volgens de Nederlandse standaard. Werknemers kunnen zich daarnaast vaak aansluiten bij een vakbond.

 

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft hierover nog meer informatie op de website: New in The Netherlands

15. Wat doet FairWork voor cliënten?

FairWork biedt ondersteuning aan (potentiële) slachtoffers van arbeidsuitbuiting in Nederland. We lichten hen voor over hun rechten. We werken daarbij met cultural mediators die een brugfunctie vormen tussen de cultuur (en de taal) van het slachtoffer, en de Nederlandse maatschappij. FairWork ondersteunt slachtoffers als zij aangifte willen doen, en denkt mee over schadevergoeding (onder meer voor achterstallig loon).  

16. Wat doet de overheid tegen mensenhandel?

Het beleid van de Nederlandse overheid is erop gericht mensenhandelaren strafrechtelijk te vervolgen en slachtoffers te beschermen door hen veilige opvang, medische, sociale en psychologische zorg te bieden en juridische hulp te verlenen. Mensenhandel wordt gezien als een schending van mensenrechten waartegen opgetreden moet worden.

 

Binnen de Nederlandse politiekorpsen zijn speciale prostitutie- en mensenhandelteams opgezet van (gecertificeerde) rechercheurs. Ook binnen de vreemdelingendienst zijn zoveel mogelijk vaste contactpersonen aangewezen die als centraal aanspreekpunt gelden voor alle mensenhandelzaken in de regio. Datzelfde geldt voor het Openbaar Ministerie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), waar speciale contactpersonen voor mensenhandel zijn, zodat mensenhandelzaken speciale aandacht krijgen.

 

17. Wat doet de inspectie SZW?

Op 1 januari 2012 is de Inspectie SZW van start gegaan. De Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) hebben vanaf die datum hun organisaties en activiteiten samengevoegd.
 
De voormalige Arbeidsinspectie, nu directie AMF, houdt toezicht en bevordert de naleving van wetten op het terrein van arbeid. De Arbeidsinspectie heeft een taak in het signaleren van uitbuiting en mensenhandel. Als mensen worden gedwongen in onveilige situaties te werken, veel te weinig betaald krijgen, of extreem lange werktijden moeten draaien, is er sprake van uitbuiting. Als dit samengaat met dwang of het een gevolg is van misleiding, kan tevens sprake zijn van mensenhandel.
 
De voormalige Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD), nu directie Opsporing werkt aan de strafrechtelijke handhaving van de wet- en regelgeving op het terrein van werk en inkomen. In het opsporingswerk komt directie Opsporingregelmatig mensenhandel tegen.
 
Voor meer informatie: www.inspectieszw.nl

18. Waar kan een slachtoffer van mensenhandel hulp krijgen bij problemen (geld, wonen, studie, werk, kinderen, zorgen et cetera)?

In Nederland zijn er veel instellingen die mensen kunnen helpen bij praktische of psychologische problemen. Slachtoffers van mensenhandel zoeken meestal contact met een maatschappelijk werker om hulp te krijgen bij allerlei problemen die zij tegenkomen. Soms werken deze mensen bij de opvang waar een slachtoffer verblijft. Er zijn in de buurt vaak ook andere plekken waar je als slachtoffer terecht kunt. Vraag aan de zorgcoördinator wat er mogelijk is bij jou in de buurt (zie ook vraag 19: Wat is een zorgcoördinator mensenhandel?)

 

Kijk ook op de website: HoenuVerder.info

19. Wat is een zorgcoördinator mensenhandel?

De zorgcoördinator mensenhandel is een speciale coördinator voor slachtoffers van mensenhandel. Hij of zij kan jou doorverwijzen naar instellingen die je kunnen helpen met problemen of zorgen. Weet je niet wie de zorgcoördinator in jouw regio is; bel dan naar CoMensha via 033-4481186 of kijk op de website van CoMensha.

20. Ik vermoed dat iemand in mijn omgeving slachtoffer van mensenhandel is. Wat kan ik doen?

Als je er niet zeker van bent of iemand echt slachtoffer is, kijk dan eens naar deze checklist.

 

Ook als je nog twijfelt of iemand echt slachtoffer is, is het de moeite waard dit te melden! Doe dit via:

Let op: Als iemand illegaal in Nederland verblijft kan iemand door de politie worden opgepakt en worden uitgezet naar het land van herkomst. Maar ook mensen zonder verblijfsvergunning hebben het recht om aangifte te doen van een misdrijf. Blijkt iemand slachtoffer van mensenhandel te zijn, dan kan iemand na aangifte (tijdelijk) verblijfsrecht in Nederland krijgen.

 

Zie ook vraag 8: Hoe lang mogen mensen in Nederland blijven nadat zij aangifte tegen mensenhandel hebben gedaan?

21. Wat betekent de 'Verklaring van geen bezwaar' van het CBF?

Als een organisatie (goed doel) een Verklaring van geen bezwaar van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) heeft kunt u erop vertrouwen dat deze organisatie een strenge beoordeling heeft doorstaan. Een belangrijk criterium bijvoorbeeld, is dat van de baten uit eigen fondsenweving maximaal 25% aan kosten voor de fondsenwerving besteed wordt. Verder moet het bestuur uit onafhankelijke personen bestaan. En voor een helder inzicht in de financiele gegevens moet elke organisatie volgens dezelfde regels financieel verslag doen. De Verklaring van geen bezwaar is specifiek voor beginnende instellingen, al langer bestaande instellingen komen in aanmerking voor het CBF-certificaat voor kleine goede doelen of voor het CBF-keur. Voor vragen, informatie of een actuele lijst van beoordeelde goede doelen: Centraal Bureau Fondsenwerving, telefoon 020-4170003 of internet: www.cbf.nl