Nieuws

Geef aanpak arbeidsuitbuiting hoogste prioriteit!

vrouw poetst houten tafel met spray

Vandaag presenteert de Nationaal Rapporteur Mensenhandel de ‘Dadermonitor mensenhandel 2015-2019’. De aanpak van mensenhandel staat bij veel partijen op de agenda. Zowel internationaal als nationaal en lokaal. Dat is positief.
De Nationaal Rapporteur heeft echter zorgen met betrekking tot de aanpak van mensenhandel. In de monitor wordt specifiek aandacht besteed aan de aanpak van arbeidsuitbuiting (mensenhandel buiten de seksindustrie).
Vanuit haar positie als NGO op het gebied van arbeidsuitbuiting in Nederland en met name vanuit de ervaring met slachtoffers, reageert FairWork op enkele van de voornaamste bevindingen.

Lokale en landelijke aanpak

De Nationaal Rapporteur roept op om arbeidsuitbuiting proactief aan te pakken op basis van een inventarisatie op lokaal niveau. Uit de inventarisatie blijkt welke sectoren en werknemers kwetsbaar zijn voor uitbuiting  Het doorbreken van afhankelijkheden en de verdienmodellen die ten grondslag liggen aan arbeidsuitbuiting, zouden daarbij voorop moeten staan. FairWork onderschrijft deze aanbeveling van harte.

Maar naast een lokale aanpak, is volgens FairWork ook de landelijke aanpak van groot belang. Eventuele verbeteringen middels beleid en wetgeving, zoals ook beschreven in het eindrapport van de commissie-Roemer kunnen nog jaren op zich laten wachten. Deze tijd hebben arbeidsmigranten niet. De huidige corona crisis, de toename van het aantal mensen dat bij FairWork aanklopt en de geringe pakkans voor malafide werkgevers of uitzendbureaus door de ontoereikende inspectiedekking onderschrijven het belang van snelle actie. Daarom roepen wij het nieuwe kabinet op om hier de hoogste prioriteit aan te geven.

Lees meer: Geen woorden, maar daden voor arbeidsmigranten – FairWork

Strafrechtelijke aanpak

In vergelijking tot andere vormen van mensenhandel, signaleert de Nationaal Rapporteur dat daders van arbeidsuitbuiting relatief minder vaak veroordeeld worden en minder vaak een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf krijgen. Verder is de doorlooptijd van zaken van arbeidsuitbuiting een stuk langer dan andere mensenhandelzaken.

Dit is niet alleen zorgelijk als het gaat om de daderaanpak, maar heeft volgens FairWork ook directe gevolgen voor slachtoffers. Zolang er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar een dader en wanneer het tot een veroordeling komt, heeft een slachtoffer recht op bescherming en ondersteuning. Ook kan een slachtoffer zijn recht halen door zich in de zaak te voegen als benadeelde partij. Is er ‘geen zaak’, dan is er vaak ook geen bescherming.

Bovendien merkt FairWork dat het vertrouwen in de rechtsgang en autoriteiten bij de meest kwetsbaren aan de onderkant van de arbeidsmarkt doorgaans niet hoog is. Als er meer succesvolle voorbeelden zouden zijn van de aanpak van daders van arbeidsuitbuiting, zou dat de bereidheid van slachtoffers om hulp te zoeken en aangifte te doen enorm ten goede komen. Een hogere aangiftebereidheid zou vervolgens de strafrechtelijke aanpak van het fenomeen weer versterken.

Ernstige benadeling

De Nationaal Rapporteur benoemt dat het berechten van arbeidsuitbuiting complex is doordat de beschikbare jurisprudentie geen duidelijk antwoord geeft op de vraag waar ernstige benadeling ophoudt en mensenhandel begint. FairWork herkent dat in de praktijk. De lat voor het starten van een onderzoek naar arbeidsuitbuiting ligt hoog. Dit heeft gevolgen voor de slachtoffers als het gaat om bescherming, opvang en ondersteuning.

Een slachtoffer dat met zijn verhaal naar ISZW gaat, steekt zijn nek uit. Onzekerheid over de mate van bescherming en ondersteuning die hij of zij kan verwachten, verhoogt de drempel. Wanneer er niet vervolgd wordt voor arbeidsuitbuiting, maar ‘slechts’ ernstige benadeling, volgt soms vervolging voor één of meerdere ‘lichtere’ strafbare feiten, zoals mensensmokkel of werkverschaffing illegalen. FairWork wijst er op dat deze maatregelen puur dadergericht zijn. Ze bieden geen uitkomst voor het slachtoffer.

Theoretisch kan een slachtoffer proberen zijn recht te halen in het arbeidsrecht, bijvoorbeeld door een loonvordering bij de kantonrechter. Deze procedure vraagt echter geld, tijd en kennis van rechten die juist de meest kwetsbare werkenden niet hebben. Bovendien zijn slachtoffers vaak ronduit te bang voor hun baas om deze stap te zetten. Dit geldt nog sterker wanneer het ongedocumenteerde slachtoffers betreft die bijna altijd meervoudig afhankelijk zijn van hun baas. FairWork pleit er dan ook voor met name voor deze groep snel te zoeken naar maatregelen die de kwetsbaarheid voor uitbuiting verkleinen.

Lees meer: Ongedocumenteerden tijdens coronacrisis beter beschermen – FairWork

Zicht op slachtoffers arbeidsuitbuiting

Uit de dadermonitor blijkt ook dat FairWork verreweg de grootste signaleerder van slachtoffers van arbeidsuitbuiting in Nederland is:

“De Slachtoffermonitor mensenhandel 2015-2019 laat zien dat er weinig zicht is op de slachtoffers van arbeidsuitbuiting. In de periode 2015 tot 2019 zijn er 1.166 slachtoff ers gemeld, een gemiddelde van zo’n 230 slachtoff ers per jaar. Het grootste deel van de meldingen bij CoMensha wordt gedaan door de ngo FairWork. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid – Directie Opsporing (ISZW-DO), de opsporingsinstantie belast met de opsporing van arbeidsuitbuiting, meldt per jaar over diezelfde periode gemiddeld 60 slachtoffers per jaar.” (p.45)

FairWork is afhankelijk van donaties, giften en projectfinanciering. Als u ons werk steunt met een donatie, draagt u bij aan de ondersteuning en signalering van slachtoffers van arbeidsuitbuiting in Nederland.

Steun nu het werk van FairWork met een eenmalige bijdrage of doneer rechtstreeks op NL54TRIO0198440405 t.n.v. Stichting FairWork te Amsterdam. Namens de slachtoffers: hartelijk bedankt!