Nieuws

Positie EU-uitzendkrachten verbeterd?

wereldbol op vliegveld

Sinds 30 juli 2020 is de herziene detacheringsrichtlijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Roya Farrokhi schreef hier haar masterscriptie Rechtsgeleerdheid over en concludeert dat dit op papier de positie van EU-uitzendkrachten in Nederland verbetert. De praktijk moet nog uitwijzen of dit inderdaad zo is.  

Een betere balans nodig

De Europese detacheringsrichtlijn is in 1996 in werking getreden voor het uitzenden en aannemen van gedetacheerde werknemers in het buitenland. In de praktijk bleek echter dat de richtlijn werkgevers de mogelijkheid gaf om te bezuinigen op loonkosten. Bedrijven probeerden vaak maximaal te besparen op loonkosten door arbeidsmigranten te detacheren tegen het minimumloon van hun land van herkomst. Er was onvoldoende toezicht en controle en er werd onvoldoende gehandhaafd op de minimumvoorwaarden.

Om een nieuwe en betere balans te treffen tussen het bevorderen van het vrij verrichten van diensten in de EU en het zorgen voor een gelijk speelveld voor ondernemingen is op 28 juni 2018 een herziene richtlijn aangenomen door de Europese Commissie. De herziene detacheringsrichtlijn is op 30 juli 2020 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Roya Farokhi deed voor FairWork een literatuurstudie naar de effecten van de herziening.

Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden

De herziene detacheringsrichtlijn zorgt op papier voor een verbetering van de arbeidsrechtelijke bescherming van gedetacheerde uitzendkrachten. Er is gepoogd de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van de gedetacheerde werknemers zo veel mogelijk gelijkwaardig te laten zijn aan die van de werknemers die in het ontvangstland werken.

Wat betreft loon gaan gedetacheerde uitzendkrachten erop vooruit. Voor hen geldt een verdergaand beschermingsniveau voor het ‘gelijk loon voor gelijk werk’ principe. Een belangrijke wijziging van de herziene detacheringsrichtlijn is dat de rechten van de gedetacheerde uitzendkracht ten opzichte van de nationale uitzendkracht gelijk zijn getrokken.

Door art. 5 van de uitzendrichtlijn van toepassing te verklaren heeft de gedetacheerde uitzendkracht vanaf de eerste dag ten minste recht op hetzelfde loon en andere vergoedingen die ook gelden voor andere werknemers in gelijkwaardige functies. Wel zijn bepalingen rondom procedures, het ontslagrecht en aanvullende bedrijfspensioenregelingen uitgezonderd.

Op grond van de herziene detacheringsrichtlijn moet de werkgever dezelfde huisvestingsvoorwaarden toepassen op de gedetacheerde uitzendkracht als op de nationale uitzendkracht. Verder moet de werkgever toeslagen en vergoedingen voor uitgaven omtrent reis-, maaltijd- en verblijfkosten voor de werknemers uitkeren. Kosten die gemaakt zijn in verband met de detachering kunnen niet meer in mindering worden gebracht op het loon.

Nog geen gelijk speelveld

Door de herziene detacheringsrichtlijn en de implementatie in de Nederlandse wetgeving is het verschil tussen de behandeling van de Nederlandse uitzendkracht en gedetacheerde uitzendkracht op papier kleiner geworden. Toch is er nog geen sprake van een gelijk speelveld. Aanvullende pensioenregelingen, sociale premies en sociale zekerheidsvoorwaarden worden nog steeds volgens het recht van het ‘gewoonlijk werkland’ toegepast op de gedetacheerde uitzendkracht. Farrokhi concludeert dat concurrentie op de totale arbeidskosten dus wel verkleind is, maar niet volledig verholpen.

Ook FairWork ontvangt vragen en klachten van gedetacheerde arbeidsmigranten in Nederland. We zullen de effecten van de herziene richtlijn op de werkomstandigheden van de EU arbeidsmigranten in de praktijk blijven monitoren, om te bepalen of de herziening daadwerkelijk verbeteringen tot gevolg heeft.

Roya Farokhi was in 2020 actief als vrijwilliger bij FairWork. Haar scriptie is bij FairWork op te vragen.